Home » Berichten » Project- in de klas | Vreemd… over Chagall

Project- in de klas | Vreemd… over Chagall

De inspiratie voor dit kunstproject ligt in het leven en het werk van Marc Chagall. Zijn leven en werk raken aan veel actuele maatschappelijke thema’s en aan onderwerpen die kinderen bewust of onbewust bezighouden. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Wat is vreemd? Geef je ruimte aan wat anders is?

filosoferen bij het schilderij
kostuums maken: ‘ik ben een tijger!’
tijdens de spelles over ‘bevriezen’: Juf, mag je wel ademen?’ (Suresh, groep 4)
stokpoppen maken
muziekinstrumenten maken
kostuum ontwerpen
stokpop maken
stokpop ontwerpen

Met de muziekleerkracht van basisschool De Bron, Pavla Zachovalová,  en theatermaker Ellen Bavinck ontwikkelden we een kunstproject rond het schilderij De bruid met het blauwe gezicht van Chagall.

Marc Chagall laat zien dat de plaats en omstandigheden waarin je geboren bent niet hoeven te bepalen hoe succesvol je bent. Al emigreerde hij twee keer, zijn Russisch-joodse wortels is hij nooit vergeten. De beelden uit zijn jeugd zijn de bron voor zijn schilderijen. De stijl van de kunstenaar is voor kinderen erg toegankelijk. Het gebruik van warme kleuren en de rol die is weggelegd voor dieren binnen zijn werk, brengt het werk dicht bij de belevingswereld van kinderen. Tegelijkertijd zijn er in zijn werk allerlei zaken te zien die kinderen en volwassenen vreemd of raar vinden. Personages die boven de huizen zweven, een groene koe en een roestbruine haan. Het werk roept vragen op. In dit project wilden we met de kinderen, de leerkrachten en uiteindelijk ook de ouders die vragen onderzoeken. We hebben ervoor gekozen één schilderij centraal te stellen: ‘De bruid met het blauwe gezicht.’ (1932-1960)

De start van het project: filosoferen

Het onderzoek begon met het kijken naar het schilderij en het filosoferen daarover. De kinderen kregen de eerste lessen geen informatie over het schilderij en de schilder. Ze keken. En ontdekten van alles:

’t Lijkt net een puzzeltje: je kijkt en kijkt en ziet weer iets nieuws (anders) ‘  (Soufyan, groep 5)
‘Dat wit (de ‘sluier’) dat is de geur van de bloemen’ (Farah, groep 1-2)
‘Fantasie is nep. Maar als je denkt dat het toch echt is, wordt het dan echt?’ (Kautar, groep 4a)
Als je droomt dan denk je ook dat het echt is.’ (Xiaoke, groep 4a)

Met juf Pavla luisterden ze naar veel verschillende soorten muziek: Bach, jazz, Tricky…
Ze bedachten welke muziek het beste bij het schilderij zou passen en waarom:

Misschien dat de meneer (Chagall) het liedje  (“Fratres for String Quartet”van Arvo Pärt )  draaide toen hij dat schilderij maakte.’  (Claudia, groep 5)

Ieder kind koos in die eerste les een figuur uit het schilderij dat hij of zij wilde zijn. De kip of de vogel of het huis met het gezicht, de koevis, een heks of…
‘Ik wil de man met viool worden, die in de draak zit. Ik denk dat de man opgegeten werd door de draak.’ (Twan, groep 4)

beeldend werken

De groepen 1-2 en groepen 3, 4 en 5 onderzochten hoe ze met lappen, karton en allerhande materiaal een kostuum of een deel van een kostuum konden maken bij hun gekozen figuur. Er werd geplakt, geknipt en gewikkeld. Er werd goed in de spiegel gekeken of het al was wat je in je hoofd had. Vogels, hoofdtooien en prachtige muziekinstrumenten werden er gemaakt. Anderen toverden zichzelf van top tot teen om in een vliegende leeuw, een heks of een draak.
De groepen 6, 7 en 8 onderzochten hoe verschillend stoffen kunnen voelen. Ze maakten een humeurbord. Op dat bord plakten ze verschillende stoffen bij verschillende gemoedstoestanden. Ze deden ook de test met de voeldozen. In de doos lag een voorwerp. Zodra ze dat hadden gevoeld schreven ze op wat het met hen deed. Werd je er vrolijk van of chagrijnig? Voelde het vies of prettig?  Vervolgens maakten ze schetsen met gescheurd papier voor hun stokpop. Die schetsen werden driedimensionaal gemaakt met schuimrubber, stroken stof en heel veel draad om te binden. Dat was zeker niet makkelijk.

spel

De groepen 1-2 en 3 kregen twee keer een les spelimprovisatie van Ellen Bavinck. Op basis van de karakters die de kinderen hadden gekozen en de kostuums die ze daarbij hadden gemaakt schreef zij een kort verhaal, dat door de kinderen werd uitgebeeld terwijl zij het voorlas. Met de kinderen bedacht ze eenvoudige bewegingen.
De groepen 4 t/m 8 kregen 5 weken lang elke week een les muziek en spelimprovisatie van Pavla Zachovalová. Zij lieten tijdens de open les zien en horen hoe zij het schilderij beleefden. Ze hadden bewegingen bedacht die bij hun karakter pasten en vertelden hoe hun karakter zich zou kunnen voelen in het schilderij.
In d e 3e muziek/dramales kregen de kinderen het levensverhaal van Chagall te horen. Dit heeft op alle groepen diepe indruk gemaakt. Ademloos hebben ze geluisterd.
De groepen 6, 7 en 8 stonden voor de grote uitdaging hun gedachten over hun gekozen karakter vorm te geven in een stokpop. Tijdens de lessen van Pavla bedachten ze eerst hoe hun gekozen karakter zich zou kunnen voelen en welke bewegingen en teksten daarbij zouden passen.
‘Ik ben een eenzaam spook en wil niet dat mensen bang van me worden. Daarom ben ik eenzaam.’ (Mick, groep 7)
‘Ik ben boos omdat ik eng ben.’(Ikram, groep 7)
’Ik ben een vrolijk vogeltje, maar af en toe ben ik een beetje schuw.’(Robin, groep 7) 

ontmoeting met de ouders

‘De rode man brengt liefde naar de anderen.’ (Rik, groep 4)
Flatsj! De ouders maken de geluiden tijdens de voorstelling
De ouders nemen de stokpop over en spelen mee.
stokpoppen
stokpoppen
open les met juf Pavla

Een belangrijk doel van het project was de ouders een kijkje in de keuken te geven en het liefst ook te laten meedoen. Bij de presentaties van de groepen 1-2 en 3 werd de ouders gevraagd geluiden te maken die bij het verhaal hoorden. Dat maakte het publiek heel betrokken. Na afloop was er nog kort gelegenheid om vragen te stellen en van gedachten te wisselen.
Voor de groepen 4 t/m 8 werd een open les gegeven door Pavla Zachovalová. De open les was een ‘inkijk’ in de muzieklessen op De Bron. De ouders konden ervaren wat hun kinderen meemaken in de lessen en tegelijk werden zij door de kinderen zelf uitgenodigd om erover te praten. Zij liet de ouders net als de kinderen vertellen wat ze voelden en dachten bij het schilderij. Net als de kinderen konden ze ook kiezen uit muziekfragmenten uit verschillende stijlen. Daarna lieten de kinderen zien wat zij met hun kostuum of stokpop hadden bedacht over het schilderij en werd de ouders gevraagd de pop over te nemen en mee te spelen.
‘Als ik luister naar de manier waarop de muziek begint: er is een opbouw in het nummer, dan plaats ik op het begin van het nummer het donkere gedeelte dat eenzaamheid symboliseert. En het langzaam naar boven komen is de troost die men zoekt. Dat zijn de bloemen. En uiteindelijk bloeit het op tot  een vorm van je wens in vervulling zien gaan. Dat is de gele vogel daarboven. Dus het verdriet dat later getroost wordt en uiteindelijk is het de zon, alsof men dus zou zeggen: na regen komt zonneschijn’  (vader van een kind uit groep 6)

tentoonstelling

De stokpoppen, kostuumonderdelen, tekeningen, rekwisieten en een selectie van de foto’s zijn nog 6 weken lang te zien geweest in school. Een deel van deze expositie was nog een maand lang in de buurt te zien, in de kunstetalages  van Kunsttraject (Staatsliedenbuurt, Amsterdam).