Home » Berichten » Project – coaching | Winterdingen

Project – coaching | Winterdingen

Waaraan kun je zien dat het winter is? Met die vraag gingen de kleuters van de Ichtusschool op onderzoek uit. Winterdingen is een co-teaching project geweest in het kader van het Leerlijnenlab- cultuureducatie met kwaliteit van MOCCA.

Rijp voelen
Sporen maken
Verzamelen van winterdingen
Tekenen
De onderzoekshoek in de klas
Een impressie van de winter
een getekend verslag van de ochtend. Rechts onder de bakken waarin alles werd verzameld.

De vraag van de bevoleerkracht van deze school was: Hoe kan ik met kleuters beeldend werken op een procesgerichte manier. De lessen moesten in de kleine kleuterlokalen plaatsvinden, omdat de tafels in het bevolokaal te hoog zijn voor kleuters, en omdat het ook te veel kinderen waren(rond de 27 per klas).
Tot zover de beperkingen. Vervolgens brachten we de mogelijkheden in kaart. Samen met de bevoleerkracht observeerden we de kleuterklas, bestudeerden we het onderwerp ‘winter’ en bekeken de mogelijkheden voor onderzoek door kleuters in en om de school.
Welke materialen zijn geschikt voor dit onderwerp. En hoe gaan we van start.
Het onderwerp winter is gekozen, omdat het winter was en omdat de kleuters ook in hun reguliere programma met dat thema bezig waren.
De eerste workshop begonnen we met de vraag: waaraan kun je zien dat het winter is?
Nourain: ‘Er komen sneeuwvlokjes!’
Bradley: ‘De ramen zijn bevroren en wit.’
Troy-:’Je kan tsch, tsch, tsch met een krabstok.’
Digme: ‘Mijn auto was de spiegel bevroren. Pappa heeft met een fles op het raam geschoten.’
Jesse: ‘Het water moet heet zijn, gaat het sneller smelten.’

Vervolgens zijn we buiten gaan kijken. De workshops vonden in februari en maart plaats. Niet alle groepen hadden sneeuw of ijs. Maar winterse dingen vonden ze allemaal. Die hebben we getekend en in de tweede workshop ook gekleid. We kozen voor eenvoudig materiaal om mee te werken: krijt, papier en fineliners.
Na de workshop richtten we een onderzoekshoekje in in de klas. De kinderen konden dan tijdens de keuzemomenten (poppenhoek, bouwhoek, onderzoekshoek) in kleine groepjes of alleen verder werken. Van die mogelijkheid werd intensief gebruik gemaakt.